De eikelmuis duikt weer op in Voeren

Bron © BELGA

Foto: Archiefbeeld

Voeren -

Het aantal locaties waar de bedreigde eikelmuis in Vlaanderen met zekerheid voorkomt, mag dan wel op één hand te tellen zijn, toch is er een nieuwe locatie ontdekt in de Voerstreek. Dat meldt Natuurpunt.

Tot eind jaren 70 werd de eikelmuis regelmatig in de omgeving van ‘s Gravensvoeren waargenomen. In 2007 en 2009 werden in Sint-Pieters-Voeren mosnesten gevonden van (mogelijk) eikelmuizen. Sinds 2009 hangen er in de buurt nestkastjes, een manier om de verpreiding van de soort op te volgen. “Ondanks intensieve opvolging hiervan werd er echter nooit enig spoor van eikelmuizen aangetroffen, terwijl eikelmuizen dergelijke nestkastjes graag in gebruik nemen”, zegt Goedele Verbeylen (Natuurpunt).

In 2014 verklaarde iemand die op een halve kilometer van het bosgebied Vrouwenbos-Stroevenbos-Sint-Gillisbos woont, een eikelmuis gezien te hebben. Er werd kort nadien ook een latrine van de dieren gevonden. Maar definitieve zekerheid kwam er dit jaar. “Op 27 mei werd een eikelmuismannetje aangetroffen in een lege nestkast langs het spoor”, zegt Verbeyelen. Op 10 juni werd 300 meter verder een wijfje eikelmuis aangetroffen in een koolmeeskastje in de buurt, op 22 juli werd nog eens 500 meter verder langs de spoorlijn een mosnest van eikelmuis in een nestkast gevonden.

De eikelmuis is herkenbaar door haar zwarte “zorromasker” en een lange pluizige staart. Het nachtdiertje brengt de winter al slapend door en is verzot op fruit, vandaar haar bijnaam “fruitratje”. De soort staat sinds vorig jaar op de Rode Lijst en is sinds dit jaar in Vlaanderen beschermd.

De eikelmuis gaat in Vlaanderen sinds de tweede helft van de vorige eeuw snel achteruit en komt met zekerheid nog voor op een handvol locaties in de zuidrand van Vlaanderen, waarvan met zekerheid de streek rond Kortrijk, De Panne en de omgeving van Borgloon. Van de 311 gecontroleerde nestkastjes in de Zuidrand van Vlaanderen, kwam er maar in 39 eikelmuizen voor, zo blijkt uit een verspreidingsstudie in 2015. “Er zullen allicht nog locaties zijn die we niet kennen, maar elke nieuwe locatie erbij stemt ons blij”, besluit Verbeylen.