Steeds meer Vlaamse vrouwen bevallen na hun veertigste

Bron © BELGA

Foto: ss

Brussel -

In Vlaanderen blijft het aantal vrouwen dat na hun veertigste moeder wordt, stijgen. Dat blijkt uit het jaarverslag 2016 van het Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE). Volgens voorzitter van het SPE, dokter Hendrik Cammu, is dat geen gezonde evolutie, aangezien oudere moeders vaker medische problemen hebben.

Meer dan zeven op de tien vrouwen zijn bij hun bevalling tussen 25 en 34 jaar oud. Eén op de 81 (791 vrouwen) is een tiener, één op de 36 (1.792 vrouwen of 2,8 procent) is veertig jaar of ouder. Ter vergelijking, in 1991 beviel 0,8 procent van de vrouwen op of na hun veertigste.

De gemiddelde leeftijd voor de bevalling van het eerste kindje bedroeg in 2016 28,9 jaar (tegenover 26,3 jaar in 1991). Voor de multipare vrouwen (vrouwen die meer dan één kind ter wereld brengen) was dat 31,6 jaar, tegenover 29,4 jaar in 1991.

Cammu wijst erop dat vooral de extremen qua leeftijd een probleem kunnen vormen. Zo hebben vrouwen die ouder zijn dan veertig sneller een hoge bloeddruk en krijgen ze vaker kleinere kinderen of net dikkere kinderen, door diabetes. “Bovendien komen die vrouwen in de menopauze terecht als hun kind 8 à 9 jaar is, wat mentaal zwaarder kan zijn”, zegt de gynaecoloog.

In het algemeen heerst in Vlaanderen als het op geboortes aankomt een “rustige vastheid”, aangezien er weinig grote veranderingen plaatsvinden, aldus Cammu. De perinatale sterfte blijft dalen, net als het aantal tienerzwangerschappen. Het aantal keizersnedes blijft wel stijgen, en ligt voor het vierde jaar op rij boven de 20 procent (20,9 procent). In 2016 was het aandeel kinderen dat verwekt werd door medisch geassisteerde bevruchting bovendien hoger dan ooit (7,3 procent, tegenover 7 procent in 2015).