Zus van Hardy getuigt: “Ik begrijp niet vanwaar die vrouwenhaat bij mijn broer komt”

Bron © BELGA

Foto: Photo News

Tongeren -

Een van de laatste getuigen donderdag op het assisenproces tegen de 55-jarige Renaud Hardy was de één jaar jongere zus van de beschuldigde. Zij vertelde dat zij, haar andere zus en Renaud binnen het gezin alledrie dezelfde kansen hebben gekregen. De zus begreep ook niet vanwaar die vrouwenhaat bij haar broer kwam. Hardy zei dat zijn moeder mee aan de oorzaak lag, maar dat kon de zus niet begrijpen. “Tot drie weken geleden belde hij nog om de drie à vier dagen met moeder om te vragen hoe met haar gaat, maar moeder kan dat niet aan,” getuigde de zus, die anoniem wil blijven.

De zus woonde tot haar achttiende thuis en ging dan in Antwerpen studeren. Sindsdien had ze nog heel weinig contact met Renaud, enkel telefonisch bij verjaardagen of op communie- of familiefeestjes. Ze waren naar eigen zeggen uit elkaar gegroeid. Zij beaamde dat vader afwezig was binnen het gezin, omdat hij manisch-depressief was. Volgens Renaud had vader ook een alcoholprobleem. “Als kind hebben we aan vader niet veel gehad”, zei de zus. Vader Hardy overleed in 2014. De intussen 88-jarige moeder nam dus de opvoeding van de kinderen op zich en was kordaat. “Ik zou niet zeggen streng”, reageerde de zus. “Ik vind dat onze moeder evenveel liefde aan de drie kinderen heeft gegeven. Het kan zijn dat onze broer misschien het meest gestraft werd, maar ja, hij is dan ook een jongen. Hij was sociaal. Achteraf hoorden we inderdaad dat hij ooit tot mooiste baby is verkozen. Zijn band met moeder was goed.”

Later hoorde zij dat Renaud Parkinson had. “Ik denk dat hij beschaamd was voor zijn Parkinson, en schrik had dat hij zou aftakelen”, legde de zus uit. “Opeens lag zijn appartement er slordig bij. Hij reageerde helemaal anders, op de schaarse momenten dat we elkaar zagen. We kwamen dan bij hem en hij zei ‘als het om de dikke nek uit te hangen is, ga dan maar weg’. Ik wist dat hij in de cel was beland was. Hij had drugs gebruikt en geschoten op een persoon. Ik snapte het niet. Ik ben hem gaan bezoeken in Merksplas. Ik vond het heel erg wat hij gedaan had. Ik dacht dat het mogelijk door zijn ziekte en medicatie was. Daarna hoorde ik van de andere feiten. Op dat moment heb ik de deur gesloten. Ik kon niet begrijpen wat hij gedaan had.”

Kinderen gelinkt

De zus werd door François V., een vriend van de beschuldigde, in het weekend van 19 september 2015 gebeld met de mededeling dat Hardy iemand iets ergs had aangedaan. “Ik heb mijn zus geïnformeerd”, klonk het. “Ik ben ermee onmiddellijk naar de politie gegaan. Toen wist ik nog niet dat Linda Doms het slachtoffer was. Ik kende mevrouw Doms, omdat we als kinderen een achttal jaar samen in een koor hadden gezongen.”

“Aan de kinderen hebben we dat thuis uitgelegd, zodat ze het een plaats kunnen geven”, zei de vrouw, die toevoegde dat ze hem na de feiten op Linda Doms niet meer ging bezoeken in de gevangenis. “Het is niet gemakkelijk voor twee tieners. Daarom wil ik mijn naam niet vermeld zien, want de kinderen worden eraan gelinkt en dat is heel erg voor hen.”

“Ik ben bang om hem te zien”

De andere, jongste zus weigerde een getuigenis af te leggen. Zij durft de confrontatie met haar broer Renaud niet aan. Haar verklaring werd voorgelezen door voorzitter Dirk Thys. “Ik wil onder geen beding geconfronteerd worden met Hardy”, zei ze in die verklaring aan de speurders. “Ik kan het niet aan. Ik ben bang hem te zien. Ik neem angstremmers en sta onder medische begeleiding.”

Hardy had tijdens het onderzoek verklaard dat Linda Doms hem uitlachte met zijn Parkinsonziekte en dat zij zogezegd overal rondbazuinde dat hij in de gevangenis had gezeten. De zus vertelde de speurders dat ze enigszins begreep dat Renaud door het lint was gegaan, want zulke uitlatingen waren niet goed voor zijn imago. Net als de zus die wel kwam getuigen, heeft ook zij al jaren geen contact met Hardy. Dat was haar eigen keuze.

“Ik was de stillere en hij had altijd veel lawaai bij”, aldus de vrouw. “Wat betreft zijn medische toestand weet ik dat hij astma had. Ooit vond ik bij moeder een voorschrift voor medicatie voor Parkinson. Hij zei: ‘als ik die ziekte aanvaard, dan ben ik een vogel voor de kat’. Ik weet niet hoever de ziekte is gevorderd. Soms ging hij vlot en soms sleepte hij met zijn been. Volgens mijn man speelde hij komedie.”

Volgens de zus heeft Renaud altijd een hoge dunk van zichzelf gehad. Hij meende dat iedereen aan zijn voeten lag. Hij was heel egocentrisch.