Den draad is terug

In Molenbeersel, aan grenspaal 146, staat opnieuw een stukje Eerste Wereldoorlog. Een stukje dodendraad, de elektrische grensversperring waarmee de Duitsers vanaf 1915 gaandeweg de Belgisch-Nederlandse grens afsloten, is herrezen. Een te onbekend verhaal, deze voorloper van de Berlijnse Muur, maar toen heel ingrijpend. En dodelijk.

Opvallend veel volk gisteren aan het stukje dodendraad in Molenbeersel. Voor pakweg vijftig meter reconstructie van wat ooit een 400 kilometer lange afsluiting was tussen Vaals, Plombières en Kelmis in het oosten en Cadzand en Knokke in het westen. Maar wel historisch correct en op een juiste en relevante locatie, die aan grenspaal 146 en bovendien aan ‘Kempkes’. In de Kinrooise folklore een zeer bekend smokkelaarscafé annex kruidenierszaak, nu helaas een bouwval.

Tweeduizend volt

Voor die - nu ja - heropening van den elektrieken draad ziet het ouderwets zwart van het volk. Dat komt onder meer voor de gebruikelijke ronkende openingszinnen van burgemeester Hubert Brouns van Kinrooi en van zijn collega van de overkant, Arno Verhoeven van Leudal, wat vroeger gewoon Hunsel heette. Maar het is vooral de Antwerpse professor Alex Vanneste, getrouwd met een Neerpeltse en daardoor dé landelijke specialist inzake de dodendraad (zie kader), die heel aanschouwelijk het verhaal van den draad aan de schoolkinderen van Kinrooi en Leudal vertelt. Zelden meegemaakt: een academicus die in een kwartiertje tijd aangenaam een nochtans complex verhaal vertelt.

Dat van de Eerste Wereldoorlog, en waarom de Duitsers het noodzakelijk vonden om de grens tussen het bezette België en het neutrale Nederland af te sluiten met elektriciteit, toen een quasi onbekend fenomeen voor de mensen hier: “Zeker vijfhonderd mensen zijn erin gebleven. Tweeduizend volt stond erop. Maar er werd toch vanalles op gevonden om vluchtelingen, oorlogsvrijwilligers, post en spionageboodschappen aan de overkant te helpen.”

Pinhelm

Tijd voor het officiële gedeelte, tijd dat de burgemeesters ‘vredes-monument’ den draad gezamenlijk doorknippen. Waarbij de Leudalse speaker van dienst toch even kwijt moet dat hij zo vrij was de stroom eraf te halen. Gelach. Van overigens veel mannen met petten op, daar aan de grens. Maar ook een enkele pinhelm is te zien. Hubert Van Eygen, voorzitter van de plaatselijke cultuurraad en een van de drijvende krachten aan deze kant van de grens, staat fotogeniek te wezen aan een wachthuisje. De schuld voor zijn fout hoofddeksel steekt hij op zijn burgemeester, op Hubert Brouns: “Die heeft het mij gevraagd. Hoe ik eraan kom? Aha, dat moet je vragen aan Lambert.”

Waarbij Molenbeersenaar Lambert Kiggen (74) trots het verhaal achter het familiestuk vertelt: “Ik heb dertig jaar in Duitsland gewoond. Als militair. Ik heb die pinhelm nog afgebedeld van een Duitse familie die dat nog had liggen. Het zou de helm zijn geweest van een officier die nog in Hasselt gesneuveld zou zijn.” Lambert heeft nóg een Wereldoorlog I-familiestuk. Een hele grote kniptang met zowaar houten klauwen. “Daarmee haalden de Duitsers honden en katten weg die aan den draad plakten. Nog een stuk van mijn vader. Of hij die tang gepikt heeft van de Duitsers dan wel gevonden, weet ik niet, maar hij heeft het al die jaren bewaard.”

De grond waar de dodendraad, inclusief schakelhuisje, nu staat, is van Nederlander Harry Van Lishout. De gepensioneerde makelaar verpacht het terrein aan Kinrooi. Voor niks, voor de goeie zaak. Al hoop hij wel dat hij Kempkes mag restaureren en het pand opnieuw zijn oude café-

glorie mag geven. Voor burgemeester Brouns is dat oké. “Maar Kempkes ligt wel in agrarisch gebied. We hopen op soepelheid van Stedenbouw.”

Door zijn Neerpeltse vrouw Paulette Cuyvers werd hoogleraar Alex Vanneste aan de Antwerpse unief een onbetwiste specialist inzake den draad. Paulette Cuyvers: “Mijn grootvader was een passeur. Hielp mensen aan de overkant van de grens tijdens de Eerste Wereldoorlog. Aan de Nederlandse kant stond vaak een meisje om te helpen. Bijvoorbeeld om post in ontvangst te nemen. Dat is mijn grootmoeder geworden. Zonder den draad zou ik er dus niet geweest zijn.”

"Op een dag zag ik mijn opa wenen. En ik vroeg: ‘Bompa, waarom ween je?’ ‘Dat vertel ik je later, mijn kind’. Het is er nooit van gekomen, hij is gestorven toen ik twaalf was. Hij werkte toen aan zijn schriftje over den draad. Toen ik dat verhaal aan Alex heb verteld, geloofde hij me niet en is hij alles beginnen op te zoeken over de dodendraad.”

Niet te Missen