Dit artikel is exclusief voor jou als abonnee

Dit artikel is exclusief voor abonnees.
Lees gratis verder >

OPGESLOTEN DEEL 3: "Wat jij hier te zien krijgt, is geen realistisch beeld van hoe het er hier aan toe gaat"

OPGESLOTEN DEEL 3: "Wat jij hier te zien krijgt, is geen realistisch beeld van hoe het er hier aan toe gaat"
Woensdag...een dag van dromen, van poetsen, van het cachot....en ook van afscheid van de vrouwen.

Ik heb een paar uur geslapen en gedroomd dat mijn buurvrouw C. een ex-gedetineerde is. Het is nog niet zo’n gek idee, want 98% van de gevangenen komt ooit weer vrij. Dan staan ze achter je aan de kassa, zitten ze naast je op de bus of worden ze je buur. De vraag is: hoe wil je dat ze vrijkomen? In het belang van onze eigen veiligheid denk ik dat het nodig is dat er méér met mensen wordt gedaan om tot inkeer te komen dan simpelweg de sleutel omdraaien. Straffen zijn heel erg nodig. Maar het in vraag stellen van hoe die straffen worden ingevuld en of ze effectief zijn, ook. De hoge recidivecijfers vertellen me dat er iets niet klopt.

Het verwerkingsproces gaat ’s nachts dus gewoon door. Ik ben fysiek moe. Ik geraak niet in slaap als ik ‘s avonds om 22u thuiskom en om 5u gaat de wekker weer af. Het is duidelijk dat ik ook de fysieke arbeid niet gewoon ben. Toen ik gisteravond de vuile poets- en handdoeken nog naar de wasserij reed, kwam ik in de gang voorbij een spreuk van Bond zonder Naam: “Spreek niet over mensen, maar mét”. Een lichtje van herkenning dat me heel veel deugd deed.

Vandaag is een dag van dweilen, tralies ontsmetten en wc’s poetsen samen met mijn nieuwe celgenoot (dit keer wel een rookster). Ik poets niet alleen in de vrouwengevangenis, maar ook in de bezoekersruimte en in de ruimte voor ongestoord bezoek. Dat is de ruimte voor intimiteit en dus heb ik ook de lakens ververst en douchegel, condooms en glijmiddel aangevuld. Het voelt allemaal erg bruut en basic.

Tuberculose

Na het poetsen ga ik naar de dokter. Daarvoor moet ik door een metaaldetector. Ik maak me meteen zorgen om de beugels in mijn BH. A. raadt me aan om mijn schoenen uit te doen, mijn borsten vast te nemen en zijdelings door de scanner te stappen. Dat doe ik. Het werkt. Bij de dokter kom ik de resultaten van mijn tbc-test te weten. De dokter leest de resultaten af op mijn arm waar een paar dagen geleden een stof werd ingespoten om te checken of ik een middeleeuwse ziekte had voor ik binnenging. En over twee maanden moet ik opnieuw laten testen of ik geen tuberculose opliep in het gevang. De test is oké. Ik heb geen tbc op dit moment.

Middageten op cel, dat is maaltijdbezorging door 2 fatiks (jargon voor gevangenisdiender, gedetineerden die hiervoor gekozen werden). Eten uit grote metalen bakken. Het bestek hebben we zelf in de cel. Je eigen bestek is heilig, leer ik al gauw. Er wordt niet gewisseld. Ook al is het allemaal hetzelfde. De afwas doen we met koud water. Op het menu: groentesoep, gekookte aardappelen, witloof-salade met mayonaise en de moslimversie (er is ook een normale, vegetarische of glutenvrije variant) van boomstammetjes. Nee, het vlees smaakt me niet. Ik houd het bij soep die meer op met poeder aangelengde saus lijkt, aardappelen en witloof.

Dreigen met zelfmoord

Één van de vrouwelijke bewakers vind het belangrijk dat ik het ‘cachot’ ook eens ervaar. Ze laat me een paar minuten met de deur dicht alleen in de strafcel die ook gebruikt kan worden als veiligheidscel ter bescherming van jezelf. Als gedetineerden emotioneel doorslaan, agressief worden of ze nemen verkeerde drugs worden ze in afzondering gezet. In de isoleercel is er niets. Een onscheurbaar deken, een wc die je niet eens zelf kan doorspoelen. Net op deze dag gebeurt er een incident. Een vrouw die te horen kreeg dat ze toch niet vrij zou komen, werd in de strafcel gestoken omdat ze dreigde met zelfmoord. Uiteindelijk heeft de directeur haar kunnen kalmeren. Na een nacht kon ze terug naar haar eigen cel.

Spierpijn

Mijn collega’s nodigen me uit om samen te gaan fitnessen na het werk. Met enige aarzeling zeg ik toe, want ik heb zelf al maanden niet meer gesport. In een kleine kamer met een step, fitnessfiets en matjes krijgen we training van de gedetineerde-trainster A. (Hiervan zal ik 4 dagen spierpijn hebben) Zij sleurt andere vrouwen mee de fitness in en motiveert hen tot actie. Ze ontpopt zich tot de personal trainer die ik in mijn eigen leven ook kan gebruiken. Jammer genoeg moet ze nog 15 jaar zitten. Ik werp op dat zij met haar talenten haar medegedetineerden echt gezonder kan maken door iedereen aan het bewegen te krijgen. Het zou een hele zinvolle vorm invulling van haar detentie zijn, bedenk ik me. Waarom maken ze je geen sportfatik?

“Daar is geen budget voor” blijkt het ontnuchterende antwoord.

Over het algemeen kan bijna niemand hier zijn talent kwijt, noch verantwoordelijkheid nemen over iets. Op één vrouw na die buiten de muren kapster was en ook binnen de muren haren kan verzorgen. Zij doet dat elke dag, gratis. Je moet echt je eigen wil en passie afleggen hier. Dat lijkt mij moeilijk als je een ondernemend type bent. Je wordt een passieve mens. Wachten op een goedkeuring is hier je hoofdbezigheid.

Geen realistisch beeld

Toch hoor ik ook voorzichtige positieve geluiden. Gisterenavond heb ik iemand uitgenodigd om mee te wandelen. M. is dat. Ze trekt zich meestal terug en neemt niet deel aan de activiteiten. Speciaal voor mij wilde ze toch mee gaan rondjes wandelen op het basketveldje. Tijdens de wandeling sluit ook V. aan. V. is een extreem mager type met lang blond en sluik haar en een zonnebril.

“Wat jij hier te zien krijgt, is geen realistisch beeld van hoe het er hier aan toe gaat”, zegt V. De cipiers gedragen zich anders nu ik er ben. Volgens haar is iedereen nu veel vriendelijker en liever. Ik besef dat mijn beperkte ervaring vertekend is.

Zowel M. als V. vertrouwen me toe dat hun straf voor hen wél iets heeft bijgebracht. M. zegt me dat ze haar opgefokte en gejaagde bestaan heeft kunnen achterlaten en dat ze hier rust heeft gevonden. Rust door het wachten. M. vertelt dat ze veel heeft kunnen plaatsen doordat ze afstand kon nemen. Na haar gevangenisverblijf zal haar rugzak lichter zijn, denkt ze. Het zijn de eerste genuanceerde verhalen die ik hier opvang. Er is hoop.

Mijn vorige celgenote S. heeft me gevraagd om bij een bezoek van haar mama aanwezig te zijn, iets wat voor de chef van de afdeling niet kan. Afstand houden, zo klinkt het. Je hebt niks te zoeken in hun privé. We zouden het ook niet voor een andere gedetineerde toestaan. Ik ben heel blij dat zij die lijn voor mij trekt, want ik voel bij mezelf dat ik daar spontaan over zou gaan. Bezoek of sociale contacten zijn wel heel belangrijk hier. Om voeling met de buitenwereld te houden, om gewone gesprekken te kunnen hebben, om eens weg te zijn van de vleugel. Er zijn vrouwen die nooit bezoek krijgen. Een werking met bezoekvrijwilligers is in opstart, hoor ik iemand zeggen. Mensen van buiten die vrijwillig op bezoek komen om te luisteren naar iemand hier.

Het is mijn laatste voormiddag op de vrouwenafdeling. Ik voelde mij enorm opgenomen in de groep en ga met wat tegenzin en onzekerheid naar de mannen. Ik voel dankbaarheid naar de bewakers en bewoners van de vrouwenafdeling die mij mee op sleeptouw namen, een extra effort voor mij deden. Ik heb gevraagd wat er kan qua bedanking. Een klok voor de fitnessruimte wordt goedgekeurd, zodat ze de klok van de wasserij niet meer hoeven mee te nemen om te zien wanneer het uurtje sport voorbij is.