Paadjes

Foto: Luce Rutten

Tessenderlo - Luce Rutten schrijft een column over het dagelijkse leven in Tessenderlo

Paasvakantie. Voor veel kinderen wordt het een veertiendaagse vol digitale pret, met urenlange verkenningstochten door Netflix en YouTube. In onze jonge tijd trokken wij op elk vrij moment naar buiten. Het jonge grut uit onze buurt blies verzameling in het bos achter onze tuin. De avonturen die wij daar beleefden overtreffen Minecraft en Fortnite. De kans op verslaving was kleiner, maar onze ondernemingen verliepen niet zonder gevaar. Af en toe donderde er iemand uit een boom. Tegenspelers pakten mekaar wel eens hardhandig aan. En er was prikkeldraad. Van blauwe plekken en kleerscheuren werd je sterk, dat was de gangbare opvatting daarover. Over mogelijke kinderlokkers maakte niemand zich zorgen. Als je maar voor het avondeten thuis was en op tijd en stond karweitjes opknapte, was je voor de rest vrij als een vogel.

Ik was hooguit twaalf toen ik met vier jongere broers en zussen in mijn kielzog de ietsje wijdere wereld ging verkennen. Onze favoriete bestemming: de 'Schooterse bossen', de groene strook tussen Gerhagenstraat en Heggenbossenweg (toen nog de baan genoemd al was ze niet meer dan een zandpad vol kiezeltjes en kuilen, een testbaan voor fietsvaardigheid). We legden onszelf een missie op: de wirwar van bospaadjes in kaart brengen op een opengescheurde Betterfooddoos. Mijn oudste broer speelde cartograaf, ik focuste op het naamkundig aspect van de weggetjes: Wezel-, Herte-, Haze-, Eekhoorn-, Vosse-, Konijne-, Marter- en Egelpad. Allemaal staan ze nog net als toen zonder tussen-n op het stratenplan van onze gemeente, ik heb het gecheckt. Voor de smalle sporen die officieel anoniem bleven verzonnen wij zelf een naam, geïnspireerd op onze persoonlijke beleving. Bosbessenwegje en Denappelstraatje, die namen spreken voor zich. Ook de oorsprong van ons Twintigfrankstraatje laat zich niet al te moeilijk raden. Wat we bij de overige stippellijntjes op onze kaart noteerden is niet geschikt voor publicatie.

In mijn puberteit werd het buitenspelen ingeruild voor avonturen van andere aard. Maar de liefde voor wegeltjes is gebleven. Over het Kolmenpaadje heb ik ontelbare keren gefietst. Als jonge moeder leidde ik mijn kleuters veilig naar hun klasje en terug via de aansluitende doorsteekjes van Steendriesen naar Eersels. Van mijn huidige stek op De Berg naar het centrum rijg ik stappend binnendoortjes aan mekaar. Ik dacht dat ik stilaan elk wegeltje in mijn dorp wist liggen. Maar nu blijkt dat een prachtig exemplaar al die tijd een nobele onbekende bleef: een voetgangersdoorsteekje, van parking Binnenhof naar Lichtveld. Van 28 april tot 12 mei neemt de expo ‘Kortweg Kunst, langs Looise steegjes en stekjes’ het wegeltje op in zijn route. Vanop het naamloze paadje zal het publiek de kunstwerken kunnen bewonderen die in de aanpalende tuinen worden opgesteld. Het is sterker dan mezelf. Uit mijn brein borrelt een naam op: Groene galerij. Als die naam u bevalt, beste lezer, helpt u dan hem ingang te doen vinden? Misschien zet ons enthousiasme tuineigenaars en kunstenaars aan om het pittoreske wandelwegje tot permanente kunstgalerij te promoveren. Hopelijk kan ik zo goedmaken dat het lieflijke paadje zo lang straal werd genegeerd.

Door Luce Rutten