COLUMN: Mom

Hamont-Achel - Harrie Beks schrijft een column over het dagelijkse leven in Hamont-Achel.

Ondanks ons streven naar ‘leven zonder remmingen’ blijven we in deze beroerde coronatijden behoorlijk braaf binnen de opgelegde pistes. We komen nauwelijks ons kot nog uit. Houden afstand. Geven geen handen, geen kussen, geen knuffels. Mijn winden verdoezelen mijn kuchen. Tegen heug en meug muilkorft me een mombakkes. Angst toomt vrijheid!

De betrekkelijkheid van alle leven waar ook ter wereld is mij ondertussen bruusk duidelijk: bruisend gisteren, morgen doods. Of nog relatiever klinkt het bij testresultaten: "Hoe positief die negatieve test!" Tuntje, ons jongste kleinzoontje van twee, begrijpt geen snars van onze plotse afstandelijkheid. Toch begint hij zelf zijn social distance af te bakenen. Zijn eerste reacties op onze mondmaskers zijn wantrouwig tot angstig.

Wij, zijn grootouders, zijn/waren bevoorrechte getuigen en begeleiders van zijn eerste groeiprocessen. Zijn beginnende klanken, woordjes, zinnetjes, zijn eerste lachen, snikken, zingen, stappen, dromen, spelen, verwonderen ontroerden. Tot corona het ventje uit onze genadebubbel rukte. Zo plots, zo onverwacht. Zijn onvoorwaardelijk vertrouwen kreeg door de verplichte gereserveerdheid een flinke deuk. Gelukkig komt hij dagelijks op zijn loopfietsje met mama of papa ‘langs’. Dan blijft hij parmantig staan op het gazon, de tippen van zijn schoentjes niet op, maar tegen de stoeprand. Als muziek klinkt zijn klaterstemmetje: “Moe-hoe… Peeke… Waar ben je…?” We smelten. Hij kruipt in de wasmand, geeft een handschoen met een trektouw aan en roept: “Ju max!” Met onze mom in onze nek trekt één van ons Tuntje in zijn mand over het gazon het huis rond. Heerlijk afzien!

Zelfs de buren genieten gniffelend mee: “Hela, gillie begoait h’m nog aal: ullie mombakkesen zakken ammer aaf; en dê in dizze coronatiejd. Ongepermeteerd!” In een soort lik-op-stuk counter ik: “Wa duide gillie op dê straand Blankeberge, of was ‘t in Bredene, mê die twieje mini maskertjes: iejn vur ’t mundje en iejn vur ’t kuntje? Schaan!” … Stilte!

(Harrie Beks – Hamont, maandag 29.06.20)

Door Hendrik Beks