Neos verkent het geologisch Zutendaal

Zutendaal - Op 16 juli fietste Neos Zutendaal door de bossen met als bedoeling de geologische geschiedenis te ontdekken.

Een historiek die miljoenen jaren teruggaat maar waarvan er nog steeds merkwaardig veel sporen zijn terug te vinden. Gids was Daniel Van Uytven, geograaf en lid van Neos Zutendaal die zowat over elke steen onderweg kan verklaren uit welk tijdsdeel deze afkomstig is.

De tocht begon aan de pastorij, die eeuwen geleden dienst deed als retraitehuis voor de Norbertijnen en in zijn statigheid gerestaureerd wordt met nieuwer maar soms geschiedkundig minder waardevol materiaal. Het regende die dag bij momenten pijpenstelen en dat was voor Daniel een reden om extra in te gaan op de toegangspoort uit 1661, gebouwd uit de Maastrichtersteen, een zachte kalksteen en geen mergelsteen zoals de volksmond vertelt. Natuurlijk wees Daniel ons op het in de muur verwerkte bruine leeuwenkopje van ijzerzandsteen uit het Diestiaan. Een beeld dat verwijst naar de Norbertijnen uit Averbode waar dit gesteente ontgonnen werd.

Op onze tocht door de bossen van Zutendaal hield de groep regelmatig halt, zo ook aan de Duivelskuil, een kunstmatig aangelegde diepte waar ooit leem werd opgegraven om muren van huizen te besmeren of om baksteen te maken die ooit werd gebruikt als bouwsteen voor de oorspronkelijke pastorij. Het ‘kleiig zand van Eigenbilzen’, zoals de grondlaag wordt genoemd vormt het jongste deel van de Rupelgroep en werd door de zee zo’n 29 miljoen jaar geleden afgezet. Haar ondoordringbaarheid zorgde voor een bijzonder mooie vallei, een heerlijk kabbelende Roelerbeek of het oud bronnengebied van de Zwarte Put op de grens met Eigenbilzen. Elders herkenden de fietsers sporen van het Bolderberg witzand uit het Mioceen (16 miljoen jaar geleden) en het grind dat tijdens het Cromeriaan (740 000-330 000 jaar geleden) door de Maas werd afgezet. Het is terecht dat het Kempisch Plateau als een subliem gebied staat genoteerd. En Zutendaal ligt er middenin.

Door Marc Dedecker