COLUMN: Mijn verjaardag in coronatijden

Foto: Salim Seghers

Peer - Salim Seghers schrijft een column over het dagelijkse leven in Peer.

Ik ga jullie zelf laten uittellen hoe jong ik word. Geboren op 8 augustus 1948, groeide ik op in een mijnwerkersgezin van zeven kinderen. Dat was in die tijd niets bijzonders. Moeder aan de haard zorgde voor alles: eten, de was, sokken stoppen, de groentetuin, konijnen, kippen en varkens eten geven. Dat pa haar erg graag zag, hoeft geen betoog. Ze was al 45 toen onze jongste zus op de wereld kwam. Mijnheer pastoor vond het nu welletjes geweest en kwam dus niet meer langs voor zijn jaarlijkse steun en preek. De huisdokter gaf papa ondertussen wat goede medische raad en misschien wel wat technische hulpmiddelen mee. Enfin, zeven kinderen grootbrengen, laten studeren en ze allemaal aan een ‘kot’ helpen, is niet niks voor zo’n lieve, brave, hardwerkende mensen. En zo waren er veel in die tijd.

Toen pa mijn huidige leeftijd had, vertrok hij naar hierboven. Zijn stoflongen hadden hem zonder lucht gezet en in die tijd was de medische wereld niet zo ver gevorderd als vandaag. Gelukkig heeft men in deze coronatijd veel mensen kunnen redden met de nieuwste beademingstoestellen.

Mijn vaders foto hangt tegenover mij aan de muur in de keuken. Iedere morgen kijk ik hem recht in de ogen. Liegen of komedie spelen is onmogelijk. “Je begint aan een moeilijk hoofdstuk”, hoor ik hem vertellen. “Geniet maar van elk mooi moment, grijp alle kansen die op je weg komen. Roddel niet te veel over anderen, leg je twee handen op je eigen hoofd en vertel. Je zult zien, daar is praat genoeg. Oh ja: ruzie maken vraagt slechts enkele minuten. Het goed maken, daar kan je lang mee bezig zijn, zodanig dat je soms de moed zou verliezen. Weet je: een blij mens is overal welkom en graag gezien, een zeurkous kijken ze overal buiten. Vertel liever een leuke grap dan de sterfgevallen en de ongevallen van de krant na te vertellen. En proficiat met je verjaardag!”

Deze week, op zaterdag 8 augustus, is het weer zover. Normaliter zou ik mijn verjaardag vieren op twee plaatsen. Thuis in alle warmte met mijn familie, een dag later in Postel met een verjaardagsbal voor mijn trouwe fans. In eerste instantie mochten we 200 mensen binnen laten in plaats van 400. We moesten rekening houden met Covid-19: zitten in bubbels, de nodige afstand bewaren en niet dansen. En heb je het ook gehoord? Zangers ‘spuwen’ bij het zingen van hun liedjes. Er komt voortdurend veel speeksel vrij. Gevaarlijk! En zingen met een mondmasker op, lijkt mij onmogelijk. Dus geen fans dicht bij het podium. 

Van onze zijde zetten we alle zeilen bij om er een succes van te maken. Daarom kruiden we die namiddag met een tiental gastartiesten zoals Andrei Lugovski, Bobby Prins, Marjan Berger, Steven Tielens, een travestiet, enzovoort. Dit jaar mogen er bovendien geen bloemen, cadeaus of verrassingen afgegeven worden op het podium. Verjaardagszoenen en knuffels zijn zeker uit den boze. Wat wel mag: meezingen, een blijde glimlach, applaus en vooral de warmte van ieders aanwezigheid. Een voetbalmatch zonder supporters, een koers zonder mensen langs de weg, boksen met 1,5 meter afstand: dat is allemaal corona. Oké, maar zingen zonder iemand in je buurt is zo wezenloos, kil en vooral doelloos. Daarom hoopte ik op een volle zaal met een sfeer om eventjes Covid-19 te vergeten. Stiekem had ik gezorgd voor een hoekje, waar jullie de bloemen, flessen cava en cadeaus voor de jarige konden neerzetten. Met lege handen naar een feestje komen, zelfs in coronatijd, is maar niks.

Helaas, het feest mag niet doorgaan. Het hoge aantal coronabesmettingen in de provincie Antwerpen vraagt om drastische maatregelen, zegt de gouverneur. Van 400 mensen naar 200 en tenslotte afgelasting. Dus zing ik noodgedwongen thuis maar van Verlaat me nooit...

Door Salim Seghers