©  Boumediene Belbachir

Rudi Roex: “Vergeleken met Nederlanders zijn Limburgers makke schaapjes”

DILSEN-STOKKEM -

Limburg heeft op het vlak van ondernemerschap de jongste decennia al een hele weg afgelegd. Maar vergeleken met andere streken in de wereld, kan het zeker nog beter. Hoe komt het toch dat wij Limburgers (nog) niet zo’n volkje van durvers zijn? We vroegen het aan Rudi Roex, logistiek globetrotter en sinds een paar jaar zelf ondernemer.

Dominiek Claes

LEES OOK. Waarom ondernemen zo weinig in onze cultuur zit ingebakken

Rudi Roex (56) is uitgegroeid tot een logistieke legende die omzeggens de hele wereld heeft rondgezworven. Hij leerde het vak bij de Nederlandse logistieke groep Ewals. De laatste zeven jaar leidde hij de groep als CEO. Toen hij de familiale opvolger Bram Ewals klaargestoomd had om zijn functie als CEO over te nemen, kreeg hij bij de Zuid-Afrikaanse multinational Steinhoff de internationale logistiek onder de vleugels en werd hij verantwoordelijk voor een logistiek apparaat met zo’n 10.000 medewerkers. Steinhoff is na Ikea het grootste woonwinkelbedrijf van Europa, actief over de hele wereld, beschikt over tientallen ketens (zoals Conforama en Poco) en telt in totaal 130.000 medewerkers.

Reputatie

Eind 2017 kwam Steinhoff International in een negatief daglicht te staan na berichten over onregelmatigheden in de cijfers. Bovendien was CEO Markus Jooste opgestapt. “Voor mij was dat een ideaal moment om mijn carrière een nieuwe wending te geven”, zegt Rudi Roex. “Ik kon het bovendien niet verdragen dat mijn reputatie zou geschaad worden door een link met mogelijke onregelmatigheden.”

LEES OOK. Limburgers uit ondernemende familie zetten sneller stap naar ondernemerschap

Maar heel ver zocht Roex het niet. In overleg met zijn werkgever en met de hulp van de bank BNPP Fortis, kocht hij zich in bij de centrale logistieke diensten van Steinhoff International.

Rudi Roex verwierf alle aandelen en herdoopte zijn nagelnieuwe bedrijf tot e-llis logistics solutions (waarbij e-llis staat voor engineered and lean logistic innovative solutions). Het hoofdkwartier staat in Dilsen-Stokkem, met de controletoren en planningdesk vlakbij de luchthaven van Beek in Maastricht.

Dirigent

Met Steinhoff International als eerste klant heeft e-llis een grote vlucht genomen. “Beschouw ons gerust als een soort van architect, of dirigent in de logistiek. Wij bezitten zelf geen enkele vrachtwagen, boot of magazijn, maar doen een beroep op zo’n 600 logistieke spelers of partners over de hele wereld om voor onze internationale klanten de beste logistieke oplossing te vinden en uit te voeren.” Supralogistiek dus, of logistiek van de bovenste plank.

Omwille van zijn grote logistieke kennis werd Roex ook gevraagd om deel uit te maken van de SALK-expertengroep, in het leven geroepen om Limburg op een hoger economisch niveau te hijsen na de aankondiging van de sluiting van Ford Genk. Om diezelfde reden vroegen Mediahuis en Made in Limburg hem om deel uit te maken van de jury van de ‘Limburgse Ondernemer van het Jaar’.

Wat heeft Limburg volgens u nodig om meer ondernemende dynamiek te krijgen?

Rudi Roex: “Laat mij om te beginnen stellen dat Limburg het nog zo slecht niet doet. Ik merk veel meer positieve vibes dan voorheen, en we mogen fier zijn op wat we hebben en waar we staan. Er is ook meer aandacht voor ondernemerschap in het onderwijs. Dat heb ik al mogen vaststellen, onder meer als gastspreker. Denk ook aan initiatieven zoals ‘Ondernemer voor de klas’ in het middelbare onderwijs.”

“Deze studie van de UHasselt doet ons van binnenuit naar onszelf kijken. Maar ook als we van buitenaf naar Limburg kijken, als we Limburg vergelijken met een aantal omliggende regio’s en regio’s ver daarbuiten, dan doen we het niet zo slecht. Inderdaad, het kan altijd beter, er zijn zeker zaken die voor verbetering vatbaar zijn. De basis is goed, maar om de een of andere reden worden Limburgers nog altijd te weinig getriggerd om te ondernemen, om zelf voor ons inkomen te zorgen.”

“Volgens mij hebben ook de bedrijven, of beter de ondernemers zelf, daar een rol in te spelen. Naar mijn gevoel leven bedrijven nog altijd te zeer op een eiland, ergens naast de maatschappij. Terwijl naar mijn overtuiging bedrijven onlosmakelijk verbonden zijn met diezelfde maatschappij, en daar een belangrijke rol te spelen hebben. Niet enkel economisch, ook sociaal-maatschappelijk. Daarom zouden bedrijven op de één of andere manier een plaats moeten vinden in de ontwikkeling van het beleid. Begrijp me niet verkeerd: het gaat hier niet om makkelijker een vergunning te krijgen of nog maar eens te klagen over de hoge belastingen. Maar wel om bij te dragen aan de algemene ontwikkeling van deze regio. Tegelijk moeten de bedrijven en ondernemers meer beseffen dat ze iets terug moeten geven aan de maatschappij. Niet dat dat nu helemaal niet gebeurt, er zijn heus wel bedrijven die hun maatschappelijke rol opnemen. Maar een goede symbiose tussen bedrijfsleven en beleid, zou die maatschappelijke rol beter schragen.”

“Tot slot nog een dooddoener, maar wel correct. De kost van het personeel schrikt vele Limburgers met goede bedrijfsideeën nog te vaak af om er werk van te maken. Het verschil tussen de kost van een medewerker, en het nettoloon blijft gigantisch hoog. En dat zet een rem op de dynamiek.”

Waar blijven we in de klei steken?

“Om de een of andere reden houden de grenzen – die van de provincie en van Vlaanderen – ons tegen, alsof daar een muur zou staan. We hebben al flink wat progressie gemaakt, maar op het vlak van internationaal ondernemen kan het zeker beter. We hoeven niet meteen wereldwijd actief te zijn, Europa is ook al een hele stap.”

“We moeten ook meer lef tonen. Vergeleken met de Nederlanders zijn wij makke schaapjes. In Nederland wordt bij ieder succes de loftrompet bovengehaald. Wij kijken toch vooral naar die paar dingen die nog niet vlot draaien. Meer in onszelf geloven, en meer ambitie tonen, met het nodige realisme, dat is de boodschap. Nederlanders durven een product lanceren dat niet nog perfect is, bij ons moet het eerst perfect zijn.”

“Van de andere kant mag gezegd zijn dat onze jeugd nu al meer ondernemerschap aan de dag legt. Tenminste, dat kunnen we afleiden uit de goede starterscijfers van Limburg. Maar vaak zijn ze actief in handel, software of dienstverlening, zelden in pure technologie of maakindustrie. Ik besef dat een bedrijf in de maakindustrie een stuk kapitaalsintensiever is, en dat vele starters daar op een financiële muur botsen. Maar toch zouden we op de een of andere manier een brug moeten slaan tussen starters en de maakindustrie. Hetzelfde geldt voor de driehoek onderwijs-overheid-bedrijven, de zogenaamde triple helix. Dat soort kruisbestuivingen kan tot gigantische resultaten leiden. Daarmee raken we zó uit de klei.”

Wat mist Limburg?

“Limburg en Vlaanderen beschikken over heel wat ondersteunende programma’s voor ondernemers. En dan heb ik het niet over alle wegen om subsidies te vinden – heel wat ondernemers vinden trouwens dat die mogen afgeschaft worden in ruil voor lagere loonlasten – maar wel allerlei instellingen, organisaties, opleidingen en platformen die voor ondernemers kruisbestuiving mogelijk moeten maken. Op de een of andere manier zijn die initiatieven bij de ondernemers te weinig bekend, of ze vinden de weg ernaartoe niet.”

“Ik zie bovendien een belangrijk verband tussen mobiliteit en ondernemerschap. Regio’s die goed ontsloten zijn, doen het vaak economisch beter. Daarom is het ontzettend belangrijk om in te zetten op het ontwarren van die knoop. Limburg is het hinterland van de zeehavens, gelegen op een boogscheut van het Ruhrgebied, en op een paar tientallen kilometers van BrainPort Eindhoven. Wel, het is daarom dat we moeten blijven hameren op die eeuwige spijkers: de Noord-Zuid, de IJzeren Rijn en betere spoorverbindingen van en naar Limburg.”

Wat maakt dat we niet zo’n volkje van durvers zijn?

“We hebben de geschiedenis tegen, denk ik. De Nederlanders waren al in de 17de eeuw aanwezig in Zuid-Afrika. Ze hadden slim gezien dat al die handelsschepen daar de Kaap moesten ronden op weg naar of op de terugweg van India. Ze hadden meteen door dat ze al die matrozen fruit konden verkopen als preventie tegen scheurbuik. De Nederlanders hadden het lef om de horizonten van de wereldzeeën te verkennen. Wij Belgen zijn tot in de 19de eeuw altijd overheerst door andere machten, en zijn wellicht daarom eerder op zoek naar zekerheid. En nochtans zijn wij vaak beter geïnformeerd en beter opgeleid dan velen in het buitenland. Eigenlijk hebben we méér in onze mars.”

“Om diezelfde reden kijken we ook altijd argwanend naar iemand die het hoofd boven het maaiveld steekt. Terwijl we tegelijk ook bewondering kunnen hebben voor de man of vrouw die de mouwen opstroopt en onderneemt. Waarom toch gunnen we het licht niet in de ogen van een ander? Waarom toch kijken we op een of andere manier neer op ondernemers die goed geld verdienen, maar tegelijk ook andere mensen een inkomen bezorgen? Begrijp me niet verkeerd: dit gaat niet over de discussie over de vermogensbelasting. Ik ben het eens met de stelling dat de sterkste schouders de zwaarste lasten kunnen dragen. Maar vergeet niet dat ondernemers een belangrijke – zo niet dé belangrijkste – rol spelen in de schepping van welvaart én welzijn voor iedereen.”

Niet te Missen

Meest Recent