Jan Evens en zijn vrouw Tina. “Spijt hebben we nooit gehad, ik zou niet weten waarom. We hebben dat hier met ons tweeën ferm gedaan, dat mag gezegd worden.” 

Jan Evens en zijn vrouw Tina. “Spijt hebben we nooit gehad, ik zou niet weten waarom. We hebben dat hier met ons tweeën ferm gedaan, dat mag gezegd worden.”  © Luc Daelemans

DEEL 1. Van garage tot ontbijtzaal: “Ik ging het afbreken na m’n pensioen. Kijk ons hier nu zitten”

Pelt -

Je herkent ze pas nadat je er voorbij gereden bent: leegstaande etalages die toch veel te bieden hebben. Een geschiedenis, een verhaal, een familie die ups and downs beleefd heeft. In aflevering 1 van ‘De Vitrine’: garage Evens in Pelt, met nog drie youngtimers achter glas. En één ontbijttafel.

Stijn Meuris

De Koningsstraat in Overpelt vorm niet meteen een omgeving waarin je een autogarage verwacht. Het is er rustig en op coiffeur Johan na lijkt er weinig handelsactiviteit te huizen. En toch, pal tegenover Johan staat een woning met een aanpalende toonzaal. Die laatste is voor eeuwig en altijd gesloten, maar doordat er nog drie auto’s in de etalage staan, zou je kunnen denken dat Garage Evens nog steeds in bedrijf is.

“Dat is nochtans niet zo”, zegt Jan Evens (77) - al mag je evengoed Jean zeggen. “Eén januari 2015, die dag zijn we er mee gestopt. Na 45 jaar, en nooit ziek geweest.” Hij wordt meteen gecorrigeerd door zoon Gunter, die zijn pa wijst op de pijnlijke fistel waar ie ooit wekenlang mee heeft rondgelopen. “Hij had een gezwel tussen de dikke en de dunne darm, echt niet normaal. En toch aan de slag blijven in zijn atelier, van ’s morgens tot ’s avonds. Ik heb hem nooit horen klagen.”

DEEL 2. Van slagerij tot toonzaal met exotische planten: “Goeie kipkap, dat vind je nergens”

Al is ook dat laatste niet helemaal waar. Jan stopte met zijn garage (geen officiële concessiehouder, maar een onafhankelijke verkoper en hersteller van verschillende merken) toen hij de bureaucratische aandacht kreeg van enkele btw- en belastinginspecteurs. “Ja, ineens stonden hier twee controleurs. Die mannen waren dus speciaal uit Brussel gekomen om een klein garagistje in Overpelt te controleren. Toen vond ik het welletjes. Het is dus eigenlijk hun schuld dat ik gestopt ben. (lacht) Al begon de leeftijd toch ook een rol te spelen. Ik was toen 66.”

(Lees verder onder de foto)

In 1970 begon Jan Evens met zijn eigen garage. “Een extra stimulans was dat mijn vorige baas dacht dat het me toch nooit zou lukken, een eigen zaak. Toen moest ik wel”, lacht Jan. 

In 1970 begon Jan Evens met zijn eigen garage. “Een extra stimulans was dat mijn vorige baas dacht dat het me toch nooit zou lukken, een eigen zaak. Toen moest ik wel”, lacht Jan. ©  Luc Daelemans

‘E spesjoaal masjien’

De start was er in augustus 1970. Jan werkte al een hele tijd bij garage Van Goethem in Overpelt, waar ze Ford en Mercedes verkochten. “Ik moest daar onder andere banden ‘opsnijden’, zoals dat toen heette. Maar de baas vertikte het om daar e spesjoaal masjien voor aan te schaffen, dus kocht ik er zelf eentje om daarmee thuis aan de slag te gaan. En dus, tja, werd ik ontslagen. (lacht) Toen ben ik maar begonnen als onafhankelijke dealer. Met een klein atelier hier achter het huis, waar we pas gebouwd hadden. Later kocht ik een stuk grond waarop we konden uitbreiden. Al moet ik toegeven: een extra stimulans was dat mijn vorige baas dacht dat het me toch nooit zou lukken, een eigen zaak. Kijk, dat was de druppel hé. Toen moest ik wel.” “Ja, zo is ie wel een beetje, onze pa”, zegt Gunter.

DEEL 3. Van drukkerij tot foto-etalage: “Plots had iedereen thuis zelf een printer”

Of de ligging, in een wat afgelegen woonbuurt en niet langs een drukke steenweg met veel nijverheid, nooit een belemmering vormde, wil ik weten. Dat blijkt niet zo te zijn. “Nee, altijd genoeg klanten gehad. Trouwe klanten ook, dat is belangrijk. Ik denk dat we hoop en al drie keer reclame gemaakt hebben in De Kempen(een populair publiblad van die tijd, red.) en dat volstond. De oliecrisis begin jaren zeventig? Niks van gemerkt. Alle andere crisissen nadien? Neeje, ook niet. Het bleef eigenlijk altijd goed gaan, we hebben nooit aan de rand van een faillissement gestaan.”

Onze pa kon geweldig goed tellen. En hij verkocht zijn auto’s altijd net iets te duur

Zoon Gunter

“Onze pa kon geweldig goed tellen”, zo verklaart zoon Gunter het succes. “En hij verkocht zijn auto’s altijd net iets te duur. Maar goed, de klanten vonden het allemaal prima, want het onderhoud gebeurde goed en was goedkoop. Dan blijven ze komen hé. Plus: vanaf het begin was duidelijk dat Garage Evens ook niet te groot wilde worden”, aldus Gunter. “En dat is gelukt”, zegt dochter Helga. “Pa heeft altijd alleen gewerkt, nooit personeel gehad. Hij wou dat zo. Hij kan niet stilzitten, is altijd bezig, maar dus wel liefst alleen. Ik zou hem zeker niet naïef noemen of zo, maar het is wel - awel ja - een goeie mens. En dat verwacht hij dan ook van anderen.”

“Kijk, het zit eigenlijk zo”, zegt Jan. “Ik zou niet goed kunnen verdragen wanneer iemand niet komt werken omdat ie zogezegd wat ziekjes is. Zo’n dingen snap ik dan niet.” Waarna Gunter hem nog eens op de pijnlijke fistel wijst. En Jan een lichte grom laat horen. “Ge moet werken voor de kost.”

Geen eigen auto

Jan Evens was in die tijd heel actief als begeleider van wielrenner Marc Cox, een bovenlokaal talent. Als Cox moest rijden, sloot Jan de zaak en ging ie mee naar de wedstrijd. “Om dan na de koers weer open te doen. Dat was allemaal veel eenvoudiger wanneer je er maar alleen voor stond. Zo had hij het graag en de klanten wisten dat ook. Geen gedoe aan zijne kop.” En alsof voltijds garagehouder en deeltijds mecanicien voor een coureur nog niet voldoende waren, speelde Jan ook nog accordeon. Bij orkest De Stereo’s. “Dat heb ik achttien jaar lang gedaan, ja. Tijdens de zomers toch al rap zo’n vijf keer per week. Om het samen te vatten: ik was zelden thuis, in die tijd.”

Misschien een beetje eigenaardig voor een uitbater van een garage en hersteldienst, maar de jonge Jan Evens had zelf geen auto. ’t Is te zeggen, hij kocht er eentje vlak voor de opening, om toch een beetje de schijn op te houden. “Ja, dat was wel grappig. De zaak ging open op een zaterdag, met een receptie en al. En daags tevoren ben ik mijn eerste auto gaan kopen. Een Opel Kadett voor vijftienduizend frank. Want zeg nu zelf, een garagist zonder auto…”

Sinds de garage de deuren sloot, nuttigen Jan en Tina vrijwel dagelijks hun ontbijt in de lege toonzaal.

Sinds de garage de deuren sloot, nuttigen Jan en Tina vrijwel dagelijks hun ontbijt in de lege toonzaal. © Luc Daelemans

De zaak bolde meteen lekker. Jaarlijks wisselden er tussen de tachtig en honderd wagens van eigenaar en het onderhoud zorgde ook nog eens voor een aanzienlijke omzet. Jan kan zich naar eigen zeggen geen dag herinneren waarop ie tegen z’n goesting ging werken. Nu ja, hij hoefde zich ook niet ver te verplaatsen: van de zijdeur van de woning tot aan het toonzaal is zo’n zeven meter. “Dat was inderdaad belangrijk, dat ik eigenlijk thuis werkte. En mocht ik jonger zijn, ik begon gewoon opnieuw. We hebben ook wel wat geluk gehad: het waren de gouden tijden waarin iedereen een auto wou hebben, vaak voor het eerst. En er is nooit een brand geweest, er is zelfs nooit ingebroken.”

DEEL 4. De artistieke etalage van Walter en Leen in Eksel: “Het is niet altijd hallelujah”

“Dat klopt, maar het had wel gekund”, lacht Gunter. “Dan hingen ze een papier op het raam. ’Wij zijn op vakantie’, met de datum van terugkomst. Haha… Zie je dat nu nog ergens gebeuren? Ik denk het niet.”

De marketingtruc in de keuken

En toen kwam dus het jaar waarin Jan en Tina, die altijd huisvrouw gebleven is, beseften: het is goed geweest. “Ik had mezelf altijd voorgenomen te stoppen op m’n zestigste”, aldus Jan. “Maar ineens was die leeftijd dus daar, een beetje zonder dat ik er erg in had. En dacht ik: ho ho, niet zo rap! Dus hebben we er nog maar een paar jaartjes bijgedaan. Dat was ook de tijd waarin het onderhouden en herstellen van moderne wagens een stuk geavanceerder werd. Uitlezen met computers en zo, allemaal erg gespecialiseerd werk. Dus ja, dan voel je het einde wel naderen.”

“Ik was het wel eens met de beslissing om te stoppen”, zegt Tina. “Je moet weten, ik poetste iedere week alle auto’s in de toonzaal, deed de ramen, de vloeren... En met z’n tweeën ook nog eens de werkplaats, eens per week. Dus ook voor mij begonnen de jaren wat te wegen.”

“En dan ontving Tina ook nog eens de klanten in de keuken”, vult schoonzoon Diederik aan, die ook regelmatig in de toonzaal van Garage Evens te vinden is. “Dé marketingtruc van het huis Evens, zeg maar. Garantie dat ze daarna een auto kochten.” (lacht)

Daags voor de opening ben ik mijn eerste auto gaan kopen. Een Opel Kadett voor vijftienduizend frank. Want zeg nu zelf, een garagist zonder auto…

Jan Evens

Eenmaal de finale beslissing genomen, ging het snel. Garage dicht en sedertdien nuttigen Jan en Tina vrijwel dagelijks hun ontbijt in de lege toonzaal, niet zelden in het gezelschap van kinderen en kleinkinderen. “Ja, hier aan die terrastafel. Eigenlijk is dit onze veranda geworden. Een geweldige plek. Van hieruit zien we de straat en alles wat daar passeert. Maar doordat wij achteraan zitten, zowat uit het zicht door de drie wagens vooraan, blijven we zelf uit beeld. Het zou kunnen dat het voor buitenstaanders een beetje vreemd is dat we hier zo zitten, maar voor ons is het de gewoonste zaak van de wereld. Op deze manier hebben we tenminste nog iets van de toonzaal waarin we zo lang gewerkt hebben.”

Geen opvolging

“Ik wou de zaak leeg hebben voor wanneer ik zou sterven”, vertelt Jan plots met een wat donkere ondertoon. “Dat is voorlopig dus nog niet gelukt. D’r staat nog wel van alles.” Dat klopt. Een goudkleurige Ford Fiesta uit 2015 bijvoorbeeld. Plus een knappe Citroën DS, bestickerd met een wat wild kleurenpalet dat duidelijk niet recent is. “Die is van mij”, zegt schoonzoon Diederik, die met z’n achternaam Stollman heet. “DS dus. Kon ik niet laten staan. Hij is gewrapped in 1970 en ik vind hem nog altijd mooi.” En tenslotte een zilvergrijze Jaguar XK-42. “Die staat hier al tien jaar, hij is van een ex-baas van me uit Antwerpen. Geen idee of hij nog weet dat zijn auto hier in de toonzaal staat.”

DEEL 5. Wonen in een voormalige bakkerij: “We hebben het meteen gekocht. Die etalage hé”

Verder bemerken we een barbecuestel (“Morgen is het hier familiefeest, dat doen we altijd in de toonzaal als het slecht weer is”), een opgevouwde pingpongtafel en een stel fietsen. Plus dus de grote witte terrastafel die als ontbijt- en vergadertafel wordt gebruikt. “Ja, we zitten hier eigenlijk best goed”, aldus Jan, die de zaak ineens met andere ogen lijkt te overschouwen.

Ik denk dat we precies in de juiste periode aan de slag waren. Toen het allemaal nog kleinschalig mocht zijn en toen er nog iets mee te verdienen viel

Jan Evens

Of er nooit sprake was van familiale opvolging, pols ik voorzichtig. “Goh, eigenlijk niet, nee.” Bij Helga was het sowieso een no go, maar Gunter meent zich wel te herinneren dat ie er ooit nog eens aan gedacht heeft. “Ik wou mijn handelsregister gaan halen, maar pa was er niet fel voor. Ik was een redelijk goeie student en heb in 1993 mijn diploma’s van industrieel- en veiligheidsingenieur behaald. Dan ga je toch een andere richting uit.”

Geen zwaar gemoed

Jan heeft nooit spijt gehad. Van niks eigenlijk. “Nee, ik zou niet weten waarom. We hebben dat hier met ons tweeën ferm gedaan, dat mag gezegd worden. Altijd goed onze kost verdiend, nooit iets te kort gehad en de kinderen ook niet. Ik denk dat we, echt waar, precies in de juiste periode aan de slag waren. Toen het allemaal nog kleinschalig mocht zijn en toen er nog iets mee te verdienen viel. Da’s toeval, ja. Maar toch, hard gewerkt, met als bonus dat we het graag deden.”

Van een zwaar gemoed omwille van een afgesloten periode is dan ook geen sprake bij Jan en Tina. Ze nemen het zoals het komt. “Ik doe soms nog wat kleine klusjes in de garage, als er ergens iemand in de familie een ampoulleke nodig heeft of zo. Dan kan ik daar gemakkelijk een uurtje mee bezig zijn. Nee, je hoort me niet klagen.”

 

 ©  Luc Daelemans

Niet te Missen