© Shanna Wouters

COLUMN SHANNA WOUTERS: Dat ding dat wiebelt...

Beringen -

Shanna Wouters schrijft een column over het dagelijkse leven in Beringen.

Shanna Wouters

Er zijn zo van die momentjes die ontroeren. Dat kan een film op tv zijn, een mooi lied of een moment van intens geluk. Ik krijg zo elke keer een 'momentje' bij Hans aan de kaaskraam op de markt in Valkenswaard. Ja, Valkenswaard, u weet wel net over de grens met Lommel. De gemeente met één van de drukst bezochte markten op donderdag waar menig Belg naartoe trekt. Ook wij deden dat vroeger met regelmaat: ik, als kleine ukkepuk, met oma en mama. Mijn handtasje onder de arm en zo fier als een gieter mee op stap om allerlei oer-Hollandse lekkernijen te kopen. De viskraam was vaste prik: kibbeling en paling dat moest mee. Langs de notenkraam passeren, dat lukte de twee dames nooit zonder dat ik mij liet horen. Ik was echt gebrand op die gesuikerde pindanoten in een krokant jasje die zo lekker kraakten onder je tanden. Ik ging dus met zekerheid naar huis met mijn zakje pindanootjes. Moest ook mee: kipsaté in pindasaus. Oma en kleindochter smikkelden hiervan dat het een lieve lust was. Vlak aan de markt lag een superette die dat verkocht. Daar sprongen we altijd binnen om een voorraad in te slaan. Tussendoor moesten we vaak even naar de auto zodat we toch al wat spulletjes konden wegbrengen. Het werd al snel een heel gesjouw, want opa was slim, hij had het zich goed bezien en bleef in België. Hij ging niet mee om dan als muilezel ingezet te worden maar wachtte netjes tot de karrevracht thuis arriveerde. Als ik er zo op terugblik, zie ik er de ironie wel van in: hij was een beetje een visionair op gebied van thuisleveringen. Hij gaf zijn wensenlijstje mee en wachtte tot wij het thuis afleverden. Maar goed, wij hadden nog niet gedaan met shoppen, de belangrijkste kraam moest nog komen. Altijd, maar dan ook altijd, gingen we langs bij Hans. Aan de kraam met de verse kaas, die nog met een echt mes in sneetjes wordt gesneden. Wij waren altijd opgewekt als we Hans zagen, want hij was altijd zijn vrolijke zelf. Hans had naast kaas nog veel ander lekkers bij, ook ambachtelijke producten. Op een dag bestelde oma een potje kipkap. Nou, dat kende Hans niet. Stond nochtans wel in zijn kraam, dus met veel wijzen en gesticuleren kwamen we er uit. "Oh, dat ding dat wiebelt als de tram voorbijkomt, zeg dat dan meteen!" Dat noemt in Nederland dus boerenzult. En Hans schreef geschiedenis. Hij bleef altijd de man van 'het ding dat wiebelt als de tram voorbijrijdt' én van de lekkere kaas.Helaas tijden veranderen, oma is al 15 jaar overleden en ook wij gaan veel minder naar de markt in Valkenswaard. Gesuikerde pinda's vind je nu gewoon in de geïmporteerde Hollandse supermarkten die overal als paddenstoelen uit de grond schieten. Ook kibbeling en saté met pindasaus hebben ze in hun gamma in de diepvries. Oké, de kibbeling is niet vers en je mist het echte marktgevoel. Al is het soms praktischer om het gewoon in huis te kunnen hebben. Maar... er is geen Hans. Dus rijden we toch af en toe nog eens uit nostalgie naar de markt. En liefst met mooi weer, want dan kan ik mijn waterlanders, die toch steeds weer opwellen, stiekem achter een zonnebril verstoppen. Merkt niemand hoe ontroerd ik ben als ik terugdenk aan hoe ik daar als kind stond en hoe mijn hart zich vult met vreugde dat ik dat moment nog mag herbeleven. Het zijn zo een mooie warme herinneringen, zo een fijne momenten, die ik met een lach en traan koester. De kaas, die smaakt nog altijd even heerlijk. Het potje boerenzult gaat steeds weer mee, al moeten we opletten dat het er niet uit wiebelt onderweg naar huis!

Niet te Missen