© Denise Dubois

© Jos Vandebergh

© Jos Vandebergh

© Denise Dubois

© Jos Vandebergh

Limburgs Landschap: Maretak

Borgloon -

Dirk Ottenburghs, medewerker van natuurvereniging Limburgs Landschap vzw, leidt ons rond in de wondere wereld van fauna en flora in de Limburgse natuur.

Dirk Ottenburgs

De maretak valt op dit moment goed op. Het zijn die grote, groene bollen die je nu in sommige bomen – vooral in het zuiden van onze provincie – ziet hangen. Het zijn dikke profiteurs, die maretakken. Ze groeien op takken en boren zich met hun wortels onder de schors van hun gastheer. Daar sluiten ze zich aan op de sapstroom van de boom waarin ze groeien om, zonder huur te betalen, mee te eten van de voedingsstoffen die via deze weg naar boven stromen. Niet dat die boom waarop ze leven daar veel last van heeft. Want dat zou niet slim zijn van die maretak. Je kan degene die je van eten voorziet best zo lang mogelijk laten leven. Kwestie van zelf niet het loodje te leggen. Want even verhuizen, dat zit er voor onze maretak niet echt in.

Zich verspreiden doen ze dan weer wel met redelijk succes. Oudere populaties bewijzen dat door op sommige plekken massaal voor te komen. Grote bollen zijn vaak al heel oud, want er komt op elk takje van de maretak jaarlijks maar een gaffeltje bij. Elk topje splitst zich elk jaar weer in twee deeltjes. Hierdoor krijgt zo een maretak die mooie bolle vorm. Op die uiteindes bloeien ook de minuscule bloemetjes die uitgroeien tot witte bessen. Ze zijn giftig, maar toch zijn er heel wat vogels die ze graag lusten. Blijkbaar hebben die van het gif totaal geen last.

Om te zorgen voor nieuwe maretakjes, gokt onze groene bol op twee paarden. Want die zaden moeten natuurlijk op een gastheer terechtkomen. Als ze op de grond vallen, komt er niets van terecht. De zaadjes passeren bij de vogels de maag en komen er dus langs achter weer uit. Als het kakske van een vogel op een tak belandt, dan is er een kleine kans dat daar een mini-maretak uit groeit die zich in zijn gastheer kan vestigen. Het strontje krijgen ze er als extra meststof gratis bij. Veel ‘maars’ dus. Daarom is er nog een tweede en volgens mij betere piste. Er zit in die bessen slijmerig en vooral kleverig vruchtvlees. Voor de vogels die de bessen opeten een ambetant goedje dat aan hun snavel blijft kleven. Om die proper te krijgen, vegen ze hun bek af aan een tak. Op die manier komt het zaadje dadelijk op een geschikt plekje terecht. Klaar om aan zijn leven als maretak te beginnen. Hetzij met een kakske of met een plakske.

Foto's: Denise Dubois - Jos Vandebergh

https://limburgs-landschap.be

Aangeboden door onze partners

Niet te Missen