“Rustig jongen, ik ben bij jou”: onze man neemt afscheid van Arno

Paul Demeyer

We zijn allebei van West-Vlaanderen en zijn allebei in Brussel komen wonen. Dat schepte een band. Soms zag ik Arno in Le Petit Chou de Bruxelles of een ander etablissement aan de Oude Graanmarkt. Ik liet helm altijd ongestoord in zijn gezelschap, of in zijn alleen-zijn. Maar soms, dan merkte hij me op en dan zei hij altijd “Rustig jongen, ik ben bij jou”. Het was onze code waarmee hij duidelijk maakte: ik ken je nog wel.

Paul Demeyer. ©  Marc Herremans - Mediahuis

Die “Rustig jongen, ik ben bij jou” gaat terug naar 1986. Arno maakte toen zijn debuut als acteur in de film Skin van Guido Henderickx. De opnames waren onder andere in Blankenberge. Maar Arno had geen rijbewijs, dus moest hij constant Brusselse kennissen aanspreken voor een lift naar de kust. Op een keer vroeg hij mij. Natuurlijk deed ik dat. De opnames waren zeer vroeg en dus zouden we zeer vroeg vertrekken. Ik mocht hem gaan ophalen aan de Beurs. Vlakbij was één van zijn stamcafés, Le Coq. Arno had daar de nacht doorgedaan. Hij zou zijn roes wel uitslapen in de wagen. We waren de Anspachlaan nog niet uit of hij lag al te ronken op de achterbank. In de tunnels van de kleine ring, sneed een waardeloze chauffeur me plots de weg af en moest ik hard in de remmen. Arno rolde van de bank, schoot wakker en zei: “Rustig joengne, ksien bie je.” (West-Vlaams voor “Rustig jongen, ik ben bij jou.”) Waarop hij weer indommelde.

Ik dacht dat Arno zich dat moment nooit zou herinneren. Maar toen ik hem maanden later kruiste in de Dansaertstraat wees hij naar mij en zei: “Rustig joengne, ksien bie je.” Hij wist het dus nog. Sindsdien werd het onze code.

    LEES OOK

    Aangeboden door onze partners

    Niet te Missen

    Meest Recent