Sihame El Kaouakibi leest “speech die jullie niet mochten horen” voor in opmerkelijke videoboodschap

Sihame El Kaouakibi heeft de toespraak die ze woensdag voorlas in het Vlaams Parlement integraal herhaald op Instagram. “De speech die jullie niet mochten horen” noemt ze het, want de zitting over de opheffing van haar parlementaire onschendbaarheid werd achter gesloten deuren gehouden.

jvh, pl

Het Vlaams Parlement besliste woensdag unaniem om de parlementaire onschendbaarheid van parlementslid El Kaouakibi op te heffen, zodat ze vervolgd kan worden in de fraudezaak die tegen haar loopt. Dat gebeurde wel in een opmerkelijke zitting, want geheel verrassend verscheen El Kaouakibi woensdagavond zelf in het parlement.

Ze maakte daarbij gebruik van haar spreekrecht, en hield naar verluidt een emotioneel pleidooi. Dat konden we echter niet zelf horen, want parlementsvoorzitter Liesbeth Homans en de fractieleiders beslisten om de zitting achter gesloten deuren te laten plaatsvinden: “om een sereen debat mogelijk te maken”, klonk het. Dat was blijkbaar niet geheel naar de zin van El Kaouakibi, die er nu dus voor heeft gekozen om de volledige toespraak nog eens te houden, en in een videoboodschap op Instagram te plaatsen.

“De verwensingen had ik verwacht, maar dat ze me zouden censureren niet”, schrijft ze bij het bericht. “Wat de media er ook van wil maken... Ik wilde er hier allesbehalve een show van maken. De pers was al volop aanwezig en ik ben de laatste die de spotlight zelf opzoekt.” El Kaouakibi wijst er ook op dat spreekrecht een recht is dat ieder parlementslid toekomt. “Ik wilde het parlement en jullie toespreken om mijn onschendbaarheid op te heffen. In de plenaire, want dit wordt elke week live uitgezonden, zonder manipulaties of montages.”

“Ik was lamgeslagen”

“Ik sta hier weer omdat ik hier nu pas weer kan staan, al is het nog wankel”, zegt El Kaouakibi in de video. “De afgelopen periode voelde alsof het licht in mij doofde. Ik geef toe, ik was lang lamgeslagen: 19 maanden, 85 weken, 592 dagen. Ik ging niet naar buiten, maar ‘buiten’ kwam wel binnen. Met nieuws, met duizenden haatberichten en bedreigingen aan mijn gezin en mijn familie. Ik heb me heel machteloos gevoeld omdat ik me niet tegen ‘buiten’ kon verweren. Omdat het niet mocht, omdat ik niet wist waar ik aan zou beginnen, en omdat ik – in de hoop op een eerlijk onderzoek naar de waarheid – die waarheid niet wou vertroebelen. Ik heb jongeren jarenlang overtuigd dat ze vertrouwen moesten hebben in onze democratie en onze rechtsstaat. Een van de fundamenten van die rechtsstaat is dat je onschuldig bent tot het tegendeel is bewezen. Maar nog voor ik een voet in de rechtszaal heb gezet, hebben velen me al veroordeeld.”

“Ik kan u zeggen dat die maanden van isolatie me de kans geboden hebben tot introspectie, om heel bewust los te komen van de positie waarin ik toen vastzat. Ik heb dertien jaar geleden Let’s Go Urban uit de grond gestampt. We hebben duizenden jongeren een tweede thuis gegeven, een groep jongeren die door iedereen in de steek was gelaten. Toen dat uiteindelijk met vallen en opstaan was gelukt, wilde ik meer gaten dichten. Voor heel veel mensen voor wie armoede, uitsluiting en vooroordelen gaten hadden geslagen. Ik had een panische ambitie om het goede te doen. Panisch. Ik wilde meer gaten dichten, meer bruggen bouwen, voor steeds meer mensen. Voor ik het wist, zat ik mee aan het stuur van twee organisaties, drie bouwplaatsen, vijf bedrijven en 48 mensen.”

“Heb ik verkeerde inschattingen gemaakt? Elk mens maakt fouten”

“En toen kwam de politiek. Rationeel had ik op dat moment nooit voor de politiek moeten kiezen, met al de projecten die in de steigers stonden. Maar ik ben ook emotioneel en liet me verleiden naar dé arena waar ik dacht dat ik de wereld kon veranderen. Maar het ging te snel. Ben ik naïef geweest? Ja. Heb ik verkeerde inschattingen gemaakt? Elk mens maakt fouten. Maar Let’s Go Urban reduceren tot een financieel buitenkansje? Dat is heftig.”

“Jongeren zijn mijn roeping geweest, al sinds het middelbaar. Dat zijn ze geweest, gebleven en dat zullen ze altijd zijn. Het schuldgevoel waar ik mee moet leven, is dat ik niets kon doen toen honderden jongeren van Let’s Go Urban op straat werden gezet. Ze werden op straat gezet, hun enige houvast was Let’s Go Urban. Nog voor enig onderzoek begon. Collateral damage. En ik ontvang nog wekelijks hun steunberichten. Ze zijn ook verdrietig, boos, ze voelen zich in de steek gelaten. Ze hebben hun dromen begraven. Ze vragen me hulp die ik afgelopen periode en ook nu niet kan geven. En dat spijt mij oprecht aan die jongeren. Dat spijt me oprecht, dat doet mij pijn, veel pijn.”

“Brieven met rattenvergif en even giftige woorden”

“En daarnaast waren er de lastercampagnes. Geloof me, ik kan echt wel wat hebben. Maar het gevolg van de laster deze keer? Mijn familie en ik werden neergezet als een criminele clan. Dat leidde tot ingeslagen ruiten en politiepatrouilles die ons moesten beschermen tegen acuut gevaar. Post die ik ontving, waren brieven met rattenvergif en even giftige woorden. Rotte fruitmanden voor beterschap. Iedere week opnieuw hondenstront in de brievenbus van mijn ouders. Dat mijn familie en mijn gezin zo werden getroffen, dat is onbeschrijfelijk. Jullie zijn zelf partners, moeders, vaders, kinderen van trotse ouders. Dat doet pijn, heel veel pijn.”

“Ik heb gisteren al mijn moed bij elkaar moeten rapen om daar te gaan staan, maar ik voelde dat het moest. Jullie hebben zich uitgesproken over mijn ongewilde privilege van onschendbaarheid. Ik zeg alvast: ik geef deze zonder enige twijfel weer af. Niemand staat boven de wet of boven het volk, iedereen verdient een eerlijk proces. Na de opheffing kan ook een eerste stap worden gezet naar een rechtszaak. Dan kan ik ook mijn rechten uitoefenen. Ik ben klaar om mijn rechten uit te oefenen en de waarheid te brengen. In de rechtszaal, voor de bevoegde rechter, maar wel in alle openheid en in alle transparantie. Niet meer in achterkamers en verscholen achter toetsenborden en schermen, zoals het voorbije anderhalf jaar. Dat niet meer.”

“En tot slot. Als ik er stond, dan was het vooral voor de jonge mensen die me brieven sturen, die mij zeggen dat ze het hier eigenlijk niet meer zien zitten in ons Vlaanderen, in ons België. ‘Welke toekomst heb ik hier nog?’ Aan die jongeren wil ik zeggen dat je moet blijven geloven in uw dromen. Je mag uw dromen nooit begraven. Blijf geloven in de droom dat je kan bijdragen aan het land waarin je leeft. Die droom wil ik meer dan ooit beschermen. Oprecht.”

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.

Aangeboden door onze partners

LEES OOK

Hoofdpunten