Koning T’Challa (Boseman) sterft aan een mysterieuze ziekte, waardoor deze koningin-moeder Ramonda (Angela Bassett) tijdelijk zijn plaats op de troon moet innemen.  ©  Annette Brown

Waarom het echt alleen maar om de poen te doen is in opvolger van monsterhit ‘Black Panther’

Vier jaar na de Marvel-megahit ‘Black Panther’ van Ryan Coogler is de sequel daar, maar zonder de hoofdacteur. ‘Wakanda Forever’ bewijst dat een Marvel-film ook zonder bekende namen of gezichten kan bestaan.

Chris Craps

Marvel-opperhoofd Kevin Feig wist waarschijnlijk niet meteen wat te doen toen Black Panther-hoofdacteur Chadwick Boseman overleed aan darmkanker. Er moest immers een sequel komen van Black Panther, want die bracht 1,3 miljard dollar op. Maar door Boseman meteen te vervangen – door wie trouwens? – zou hij de fans tegen zich in het harnas jagen. Dus opteerden Feig en regisseur Ryan Coogler voor een overgangsfilm, eentje die een eerbetoon brengt aan de overleden held en waarin ook op zoek wordt gegaan naar iemand die de fakkel kan overnemen.

Black Panther: Wakanda Forever bleek een buitenkans om zich meer toe te spitsen op de heroïsche Wakanda-vrouwen. Feig en Coogler beginnen de film als een treurmis die de realiteit weerspiegelt. Koning T’Challa (Boseman) sterft aan een mysterieuze ziekte, waardoor koningin-moeder Ramonda (Angela Bassett) tijdelijk zijn plaats op de troon moet innemen.

Met het wegvallen van de hoofdacteur is het de vraag wie er achter het pantermasker kruipt in ‘Black Panther: Wakanda Forever’. ©  AP

Ze heeft al meteen de handen vol wanneer de Amerikanen aan de andere kant van de oceaan het bijzondere metaal Vibranium – dat aanvankelijk enkel in Wakanda kon ontgonnen worden – detecteren en een tot dan toe onbekend Maya-volk van een Atlantis-achtige beschaving Wakanda in een slecht daglicht plaatst. Een mondiaal conflict dreigt. Shuri (Letitia Wright), de zus van T’Challa, moet de oplossing bieden door de uitvinder van een speciale zoekmachine naar Vibranium zien op te sporen en naar Wakanda te brengen.

Genoeg variatie en actie

De eerste Black Panther mag dan een van de populairste Marvel Cinematic Universe-films zijn, het is een te bloedserieus verteld sciencefictionsprookje vol onzin waarin Engels met een vreselijk Afrikaans accent wordt gebrabbeld. De sequel is niet anders. Erger nog, Wakanda Forever duurt met zijn 161 minuten veel te lang.

©  Marvel Studios

Anderzijds komt deze sequel-prent minder saai over dan het origineel. Dat komt doordat het verhaal zich meer profileert als een eenvoudige actieprent/oorlogsfilm rond een postkoloniaal conflict dan als een vervelend koningsdrama met bordkartonnen en karikaturale personages zoals in de eerste film.

Er is bovendien genoeg variatie en actie om de echte Marvel Cinematic Universe-fans tevreden te stellen. Die zullen trouwens het acute gebrek aan echte humor zonder problemen door de vingers zien. Hopelijk doen ze dat ook met de vaak slordige CGI, de fake-3D, de overdosis aan personages, de irritante overacting en de vermoeiende speelduur.

©  Eli Adé

Die echte fans zullen in ieder geval met plezier een traan wegpinken wanneer Boseman voor de zoveelste keer in een melodramatische scène in herinnering wordt gebracht. En wanneer je dacht dat het genoeg is geweest, krijg je nog een scène. Feig en Coogler grijpen echt iedere kans aan om de dood van hun acteur te exploiteren. Geen verrassing, want om de poen is het te doen.

‘Black Panther: Wakanda Forever’ speelt nu in de bioscoop

Aangeboden door onze partners

LEES OOK

Hoofdpunten