Tony Achtergael zorgt ervoor dat toeristen en andere kerkgangers braaf in de pas lopen in de basiliek van Tongeren. ©  Sven Dillen

Behoefte in de biechtstoel en geparkeerde fiets in de kerk: suisse Tony maakte al heel wat mee in basiliek van Tongeren

Tongeren -

In de Tongerse basiliek kan je je maar beter gedeisd houden. Anders zou je het wel eens aan de stok kunnen krijgen met Tony Achtergael (65). Hij is al 40 jaar lang de suisse oftewel de kerkpolitie. “Vroeger moest ik vooral optreden tegen rumoerige jongeren. Tegenwoordig moet ik vaker toeristen tot de orde roepen.”

Gert Reynders en Dirk Roefflaer

Wat de Zwitserse garde voor het Vaticaan is, dat is de suisse voor de basiliek in Tongeren. Net als zijn collega’s in Rome draagt suisse Tony Achtergael een kleurrijk, opvallend uniform met steek (hoed) en is hij gewapend met een sabel en hellebaard. De Tongenaar is trouwens al een paar keer op bezoek geweest bij de Zwitserse wachters in het Vaticaan. Hij mag de commandant zelfs tot zijn vriendenkring rekenen. “Om de zeven jaar, bij de Kroningsfeesten, krijg ik een nieuw uniform. Ik mag zelf kiezen waar ik dat laat maken”, vertelt Tony. “Volgend jaar zijn het opnieuw Kroningsfeesten, maar mijn oude uniform is nog niet versleten. Ik denk dat ik alleen een nieuwe broek ga bestellen, die is wel aan vervanging toe.”

Tony draagt zijn uniform alleen bij processies en ceremonies zoals bij huwelijken, begrafenissen en de hoogmis op zondag. Meestal loopt hij in zijn stofjas door de basiliek. Dat is veel praktischer voor de vele taken die hij ter harte neemt, want de ordehandhaving is slechts een deel van zijn takenpakket. Hij vervangt de kaarsen in de kapel, verzorgt de bloemen, stoft alle ornamenten af, boent het koper… Maandelijks wordt ook de vloer geschrobt, daarvoor moeten alle 400 stoelen aan de kant en weer teruggezet worden. Een tijdrovend werkje.

©  Sven Dillen

Pensioen

Vroeger had bijna elke parochiekerk een suisse in dienst. Tony Achtergael is de laatste telg van een bijna uitgestorven traditie. “Voor zover ik weet, ben ik de laatste suisse in België die deze functie voltijds uitoefent”, stelt hij. Andere parochies maken occasioneel nog wel eens gebruik van een suisse. Normaal gezien zou ook de suisse van de basiliek in Tongeren dit jaar op pensioen gaan, want hij heeft de leeftijd van 65 jaar bereikt. Maar Tony vindt het nog te vroeg om op pensioen te gaan en heeft zijn werkgever gevraagd om tot de maximumleeftijd van 67 jaar te mogen blijven. “Daarna mag ik dit werk nog doen als bijverdienste. De deken heeft mij verzocht te laten welke taken ik zou willen blijven doen. Voor het poetsen gaan ze alvast iemand anders zoeken.”

“In mijn contract staat dat ik van 9 tot 12 uur en van 13.30 tot 17 uur moet werken. Maar ik doe al meer dan 20 jaar de kerk open om 8 uur ’s morgens”, knikt Tony. En de suisse klopt nog meer overuren. Tijdens de basiliekconcerten, die geregeld op zaterdagavond plaatsvinden, blijft hij vaak tot middernacht op post om alles klaar te maken voor de zondagse misviering. “Voor het geld moet je dit niet doen. Zoveel verdien ik niet”, grijnst hij. Ook in de komende weken wordt het weer bijzonder druk. Samen met de Vrienden van de Kerststal wordt achteraan in de basiliek weer een heus kerstdorp gebouwd. “Daar zijn we drie weken lang bijna elke avond tot in de late uurtjes mee bezig”, knikt Tony. Het kerstdorp opent eind november en lokt elk jaar 25.000 bezoekers.

Koersfiets in de basiliek

De belangrijkste taak van de kerkbaljuw is en blijft de ordehandhaving in de basiliek. Tony heeft aan de ingang een teller geïnstalleerd. Elke dag noteert hij nauwgezet het aantal bezoekers in een logboek. Vorig jaar kwamen in totaal 130.000 mensen over de vloer. En die tonen niet allemaal evenveel respect voor de regels in het huis van God. “Vroeger waren er veel problemen met jongeren. Tegenwoordig moet ik vooral wat oudere toeristen aanspreken”, zegt Tony. “Toeristen zijn welkom, maar onze basiliek is in de eerste plaats een gebedsruimte. Sommigen wandelen hier binnen met een pak friet of een hamburger in de hand. Ik vraag hen dan vriendelijk om hun maaltijd buiten op te eten.”

De suisse moest ook optreden toen een wielertoerist zijn koersfiets midden in de basiliek parkeerde. “Ik heb die fiets dan verplaatst naar een minder zichtbare plek. Even later kwam de eigenaar in paniek naar mij toegelopen omdat hij dacht dat zijn fiets gestolen was. Ik heb hem uitgelegd dat het niet de bedoeling is om fietsen mee te nemen in de kerk. Hij reageerde boos met ‘je weet zeker niet hoe duur die fiets is’. Waarop ik zei: je had beter een paar euro meer uitgegeven, dan had je ook een fietsslot gehad.”

©  Sven Dillen

Honden

Nog een twistpunt: dieren in de kerk. “Een dame met een klein hondje op de arm, dat zie ik nog door de vingers. Maar een grote hond aan de leiband laat ik niet toe. Vaak krijg ik te horen dat een hond toch ook een schepsel van God is. Dat kan misschien waar zijn, maar ik zit wel met de gevolgen als een dier plots zijn behoefte doet in de basiliek.”

Dat laatste probleempje stelt zich overigens niet alleen bij dieren. Ooit presteerde een kerkganger het om de biechtstoel te verwarren met een openbaar toilet. “Ik heb die dame toen een emmer met water en een borstel gegeven zodat ze alles zelf kon opkuisen. Als ik mijn uniform draag, dan doen mensen meestal wel wat ik vraag. Met uniform straal ik toch een zeker gezag uit. Maar soms roep ik toch liever de politie erbij. Bijvoorbeeld bij een inbraakalarm. Ik ben te oud geworden om daar nog achteraan te gaan.”

Aangeboden door onze partners

Hoofdpunten