De Mysteries van de Holsteen, een relaas van sagen en verhalen over Zonhoven

86. De oorsprong van de Holstenen (1)Toen grootva Tunke Stes die avond aan mijn arm terug naar huis schuifelde, vertelde hij in de nagalm van de staande ovatie die hij net kreeg vanwege het grootst mogelijk opgekomen en enthousiast publiek, een wonderlijk verhaal dat refereerde naar het ontstaan van de mysteries.

sylvain verbeeck

Hij vroeg mij uitdrukkelijk het aan niemand te onthullen, wat ik ter plekke plechtig beloofde. Ik kan het nu neerschrijven omdat de wettelijke verjaringstermijn om iemand te ontslaan van een gedane belofte m.b.t. een auteursrechtelijk gebod, lang vervallen is.

“Menke, begon hij, toen de acht holstenen op de Teut er nog lang niet lagen en er nog lang geen vermoeden bestond dat die grootste zandstenen van Vlaanderen er ooit zouden liggen, bevolkten vreemde wezens de Teut en heerste er een heerlijk vredig klimaat dat alle mensen ten goede kwam. Er was geen vuiltje aan de lucht en iedereen leefde voor het beste van de ander.” Ik keek hem even van terzijde aan en vermoedde dat hij mijmerde over “the best of the best worlds” zoals enkel mensen van een zekere leeftijd dat kunnen. Maar hij ging al verder: “Nee Menke, ik droom niet hardop. Ik vertel je enkel de vroegste geschiedenis van Zonhoven en het ontstaan van de holstenen op de Teut, het prachtigste natuurgebied dat ik ooit zag op aarde: ’s morgens onder een deken van witzilverige glans, dat stilaan opgaat en verdwijnt in de gloed van de oprijzende zon en ’s avonds, een weelderige tuin, overvloedig kleurrijk, als geschilderd met het penseel van de grootste kunstschilder, open spattend en bevlekt en doorstreept, het dolle kleurenpallet van de ondergaande zon. Het zal wel zijn dat dit dorp de naam draagt van Zon - hoven!” Ook nu weer keek ik tersluiks naar grootva en zijn twinkelende blik verzekerde mij dat hij een heel verhaal klaar had, waarvan ik aanvankelijk dacht dat hij het ter plaatse verzon, maar niets bleek minder waar.

“Welke infobron ik raadpleegde? vroeg hij lichtjes ironisch omdat mijn ongeloof hem niet ontgaan was. Ik hoorde het voor het eerst toen ik als tienjarig kind op de knie van mijn eigen overgrootvader paardje reed en hij mij een verhaal vertelde dat hij zelf van zijn grootva te horen kreeg. Hij verzekerde mij dat het verhaal gegarandeerd woordelijk overgedragen was van generatie op generatie en er niet de minste twijfel bestond over de authenticiteit van de inhoud. De mondelinge infobron is ook een van de steunpilaren van de geschiedenis, niet waar?” Hoe kon ik daaraan twijfelen als leraar geschiedenis en knikte instemmend, benieuwd naar het vervolg van het verhaal.

(wordt vervolgd)

Niet te Missen