Net tweehonderd jaar geleden werd de batterij uitgevonden

COMO -

Wie ooit een paar dagen doorbracht in de Italiaanse stad Como heeft er aan de oever van het Comomeer ongetwijfeld het prachtige Volta-museum in neo-klassieke stijl gezien en wellicht zelfs bezocht. Como noemt zichzelf graag 'de stad van Volta', want de eminente wetenschapper die net tweehonderd jaar geleden de batterij uitvond, werd daar geboren en groeide er ook op. Como is trots op de beroemde zoon, zoveel is duidelijk. Op de 'Piazza Volta' staat een marmeren standbeeld van de uitvinder, er is een lyceum-gymnasium dat zijn naam draagt, en op nr 62 van de Voltastraat laat - temidden van een groepje vrij moderne gebouwen - een naamplaatje weten dat hier 'het voorouderlijk huis van Alessandro Volta' is, waar hij niet alleen werd geboren, maar ook overleed. Zijn stoffelijke resten worden sindsdien bewaard in een mausoleum in Camnago, vlakbij Como.

Denise VANDELOO

BR>

Het mausoleum in Camnago wordt aan de toegangspoort 'bewaakt' door twee beeldhouwwerken van Luigi Argenti. Ze stellen respectievelijk 'wetenschap' en 'religie' voor. Een buste van Volta, van de hand van beeldhouwer Giovan Battista Comolli, vervolledigt het geheel. Verkeerd wordt soms aangenomen dat het Volta-museum in Como ook het mausoleum is, maar dat klopt dus niet.

De uitvinding van de batterij, de eerste directe stroomgenerator, betekende een ommezwaai en een ware technische revolutie op vlak van elektriciteit. Het was de basis voor verdere ontwikkelingen in de 19de eeuw.

Alessandro Volta stamde uit een adellijke familie. Hij werd als Alessandro Guiseppe Antonio Anastasio op 18 februari 1745 in Como geboren in het district 'Porta Nuova', dat vandaag 'Via Volta' heet. Zijn ouders waren Filippo en Lady Maria Maddalena. Zij was een telg uit de familie van de graven van Inzaghi. Wellicht omwille van dat laatste werd de jonge Alessandro aan een 'zoogster' toevertrouwd, echtgenote van barometermaker Ludovico Monti, die hem meenam naar haar huis in Brunate. Daar bracht hij de eerste twee jaren van zijn leven door, in vrijwel volstrekte stilte. Letterlijk en figuurlijk, want er kwam geen enkel woord over zijn lippen. Pas toen hij terug bij zijn ouders was en op een bepaald ogenblik halsstarrig bleef weigeren om een bitter drankje door te slikken, kwam er een gekweld 'No' uit zijn keel. De blijdschap was groot, want iedereen had aangenomen dat de jongen stom was.

Geen babbelaar

Een echte babbelaar werd de kleine Alessandro niet. Het duurde tot zijn achtste vooraleer hij een beetje vlot kon praten. Op zijn zeventiende schreef hij gedichten in het Latijn en in het Frans, en hij bezocht met graagte aristocratische fuifjes. Maar tegelijk interesseerde hij zich ook buitenmatig aan wetenschappen en fysica, vooral dan aan alles wat ook maar enigzins naar het fenomeen 'elektriciteit' zweemde. Met die interesse ontgoochelde hij nog al wat mensen, onder wie zijn familie die gehoopt had dat hij notaris zou worden en pater Bonesi, een Jezuïet die ervan overtuigd was dat Allessandro voor een geestelijke 'carrière' zou kiezen.

Maar Volta wou experimenteren. Dat deed hij samen met zijn klasgenoot Cesare Gattoni, die net zoals Volta een passie had voor alles wat naar elektriciteit rook. Ze trokken zich terug in hun kleine laboratorium, en probeerden daar dingen uit waarvan ze dachten dat die hen op hun zoektocht verder konden helpen. Maar ook zij wisten, in die tweede helft van de jaren 1700, nauwelijks iets over het fenomeen elektriciteit. Hoewel, op de aristrocratische partijtjes werd er - juist omwille van die beperkte kennis - in dat verband heel wat afgelachen. Elektriciteit werd er beschouwd als een leuk spelletje. Het was lachen geblazen als een naïeve gast een elektrische schok kreeg als hij een jonge lady kuste die op een ongeïsoleerd platform stond dat fungeerde als een soort elektrisch laadapparaat. Het bleef altijd een van de hoogtepunten van zo'n feestje.

Gefascineerd

Hoever stond het in die periode met de kennis over elektriciteit? Otto von Guericke had in 1660 zijn elektrostatische machine uitgevonden, Pieter Van Musschenbroek in 1745 de Leidse fles en Benjamin Franklin kende de bliksemlafleider. Alessandro was door dat alles ongelooflijk gefascineerd. Hij verslond boeken waarin informatie stond die hem eventueel wijzer kon maken. In 1775 bouwde hij een eenvoudige machine voor statische elektriciteit die hij

Elettroforo perpetuo

noemde. Dat deed nogal wat stof opwaaien in de wetenschappelijke wereld, en het leidde ertoe dat hij, zonder ook maar enige test of examen af te leggen, rector werd benoemd aan het

Regio Ginnasio di Como

. En in 1778 kreeg hij als professor de pas gestichte leerstoel natuurkunde aan de universiteit van Pavia toegewezen. Volta kreeg de beschikking over rijkelijke subsidies, wat hem toeliet wetenschappelijke reizen te ondernemen naar Zwitserland, Duitsland, België, Nederland, Frankrijk, Engeland, Oostenrijk en Tsjechoslowakije. In 1789 werd hij tot over zijn oren verliefd op een operazangeres, Mademoiselle Paris', maar zijn sociale status liet hem niet toe om met haar te trouwen. Zijn twee broers-kanunniken zorgden ervoor dat hij zijn hartstocht voor de mademoiselle noodgedwongen opzij zette. In 1794, hij was toen 49, vond hij tussen zijn wetenschappelijk werk door toch nog even de tijd om in het huwelijksbootje te stappen met de twintig jaar jongere edelvrouwe Theresa Pellegrini. Ze was niet knap, maar rijk en ze schonk hem drie kinderen.

Verrast

Zijn vele buitenlandse reizen stelden Volta in staat om de grootste wetenschappers persoonlijk te ontmoeten, zo onder meer Voltaire. Zijn roem was hem vooraf gesneld, zodat ook de groten der aarde er prijs op stelden om hem te ontmoeten. Hij werd bijvoorbeeld ook door de monarchen in ons land ontvangen. Intussen profiteerde ook de universiteit van Pavia van de toegenomen faam en het prestige van Volta. Bekwame Italiaanse en buitenlandse professoren werden aangeworven. Volta zorgde ervoor dat zij over alle mogelijke faciliteiten konden beschikken voor hun wetenschappelijk werk.

Niettegenstaande Volta ervan overtuigd was dat hij alles had vergaard wat er in die tijd over elektriciteit bekend was, werd hij toch erg verrast door een studie van doctor Luigi Galvani, anatomieprofessor uit Bologna. Die man had exeperimenten gedaan met gevilde kikkers. Hij ontdekte dat de spieren van zo'n dier, geleidend verbonden met de zenuwen, in de buurt van een ontlading telkens samentrokken. Eerst reageerde Volta enthousiast op die nieuwe ontwikkeling, maar dan begon hij te twijfelen aan de theorie die Galvani gepubliceerd had. Hij kwam uiteindelijk tot de slotsom dat de kikker een zeer gevoelige elektrometer was. De twee begonnen te bekvechten over hun diverse theorieën. Het werd zo erg dat de wetenschappelijke wereld zelfs verdeeld raakte in Galvani's en Volta's. Die verdeeldheid in twee kampen zou nog lang na de dood van Galvani en de uitvinding van de batterij blijven voortbestaan.

Prikkels

Het onderzoek van Galvani leidde Volta wel tot de belangrijke gevolgtrekking dat elektriciteit kon opgewekt worden door aanraking tussen geleiders van verschillende samenstelling. Omdat hij geen toestel had dat het spanningsverschil tussen metalen kon meten, gebruikte hij gewoon zijn tong. HIj vergeleek telkens de hevigheid van de prikkels die door de twee verschillende, op de vochtige tong gedrukte metalen werden veroorzaakte. Zo stelde hij de

spanningsreeks van Volta

op. Het

Volta-element

was de daaruit volgende constructie: het bestond uit een koperen en een zinken plaat gescheiden door door een in zoutoplossing gedrenkte vochtige doek. Door een aantal van die elementen opeen te stapelen, verkreeg Volta de

Voltazuil

, de eerste praktisch bruikbare spanningsbron, waarmee een tamelijk constante elektrische stroom kon worden verkregen.

Op 20 maart 1800 informeerde een trotse Volta de voorzitter van the Royal Society of London, Sir Joseph Banks, over zijn uitvinding. Hij legde in zijn brief in eenvoudige maar duidelijke woorden uit hoe hij tewerk was gegaan. De wetenschappelijke wereld reageerde enthousiast en wetenschappers stortten zich op de uitvinding om te zien welke mogelijkheden er uit te halen waren.

Napoleon, die in juni 1800 Lombardije opnieuw had bezet, overlaadde de man uit Como met lof en eerbetuigingen. In 1801 nodigde hij Volta uit om naar Parijs te komen om tijdens drie sessies zijn uitvinding te demonstreren voor de leden van het Franse Instituut. Bonaparte woonde twee zittingen bij. Met een 'zuil' van 48 zinken en zilveren schijven bracht Volta zware schokken tweeg. Met een condensator wekte hij vonken op en deed hij een ijzerdraad gloeien. Met een vonk uit een van de geleidraden deed hij een met waterstofgas geladen pistool ontploffen. Tenslotte eindigde hij de voorstelling met een elektrochemische ontleding van water.

Graaf

Volta mocht vanaf dat moment rekenen op een royaal jaarlijks inkomen en hij werd geëerd met diverse onderscheidingen: een gouden medaille, het Legioen van eer, de Orde van de IJzeren Kroon en de titel graaf... Hij werd senator van het koninkrijk Italië.

Na de uitvinding van de batterij bleef Volta actief het wetenschappelijk leven volgen, maar niet meer zo intens dan voor zijn uitvinding. Hij bleef een bescheiden man die een diep religieus leven leidde. Zijn hulpvaardigheid werd alom geroemd.

Volta, de man die na een van zijn reizen tussendoor ook nog even de aadrappelteelt in zijn land introduceerde, trok zich op zijn oude dag terug in der nabijheid van zijn geboortestad Como, in Camnago. Hij stierf op 5 maart 1827. Hij was toen 82. Twaalf jaar later kreeg hij een monument in Como. In 1927, honderd jaar na zijn dood, werd het Volta-museum opgericht. De eenheid van elektrische spanning (potentiaalverschil)

volt

is naar Volta genoemd. Zijn naam zal dus eeuwig voortbestaan.

Niet te Missen

Meest Recent